Healingpraktijk Gaby Buiskool -voor mens en dier-

Cattenbroekerdijk 49, 3461 BD Linschoten
tel. 0348-419846, e-mail

       

welkom

behandelingen
 

dieren
 

workshops
 

artikelen
 

over mij
      

route

 

Roos
door Gaby Buiskool, juli 2018

Op Moederdag 2016, dus nu twee jaar geleden, werden door medewerkers van de bloemenwinkel in het winkelcentrum prachtige lang-stelige diep donkerrode rozen uitgedeeld. Ik kreeg er zelfs twee.
Helaas geurden ze niet. Dat is een tic van mij: altijd meteen met mijn neus in een bloem en als die geurt voel ik me nòg rijker. De rozen waren echter zo mooi dat het niet-geuren er even niet toe deed. 

Thuis in de vaas bleken de rozen bijkans het eeuwige leven te hebben. Ze hebben de huiskamer twee en een halve maand opgefleurd voordat ze tekenen begonnen te tonen van verval.
De ene roos verwelkte daarna snel maar de andere bleef haar vorm behouden. Deze heb ik toen aan de lucht laten drogen en herinnert me dus nog steeds aan dit bijzondere tweetal.
De gedroogde roos bloeide toevallig (?) ook op de steel waarover dit artikel gaat.

De stelen hadden in de tussentijd worteltjes gekregen. Dus heb ik er mooie stekjes van gemaakt en die in een pot met aarde buiten gezet op een plek uit de wind.
Iedere dag even kijken hoe het ermee stond; water geven, bladluisjes verwijderen, verpotten, bijmesten.
Desondanks heeft één van de beide stekken het niet gered maar de andere heeft me vorige jaar blij gemaakt met een klein mini-roosje.

In de zorg voor Roos voelde en voel ik me als De Kleine Prins uit het gelijknamige boekje van Antoine de Saint-Exupéry. Gelukkig is mijn roos niet nukkig en ijdel, integendeel! En waar de kleine prins zijn roos moest beschermen tegen de vraatzucht van zijn schaapje moet ik Roos beschermen tegen de nieuwsgierigheid van onze paarden. In het begin had ik het niet door dat ze interesse hadden voor Roos; normaal gesproken geven ze niets om tuinplanten. Maar op een dag merkte ik dat ze er hapjes van hadden afgeknabbeld.
Wie laat zijn paarden ook door de tuin banjeren?! Wij dus…

In het voorjaar verscheen een knop. Wow! Vol verwachting…
De knop groeide en groeide en na een poosje opende zich een prachtige grote diep donkerrode roos; zó móói! Iedere dag liep ik er even langs om van haar schoonheid te genieten, haar te vertellen hoe mooi ik haar vond en hoe blij ik met haar was. En later, toen alle andere rozen in de tuin al waren uitgebloeid, hoe het mij verbaasde dat ze zó lang zó mooi bleef….
Soms dacht ik dat ze me antwoordde, bewogen haar blaadjes. Was het het lichte zuchtje wind dat net op zo’n moment haar blaadjes streelde? Of spanden Wind en Roos samen om me iets duidelijk te maken? Ik had heel duidelijk het gevoel dat ze wel degelijk dankbaar was voor de aandacht die ze van me kreeg.

Ze geurde niet; dat wist ik natuurlijk. Niettemin stak ik iedere dag mijn neus in de bloem.
En op een dag… heel subtiel en maar heel, héél even… maar onmiskenbaar… een vleugje rozengeur…!
Nogmaals mijn neus er in maar de geur was alweer vervlogen. Misschien droomde ik, verbeeldde ik het me maar.
In de loop van de weken die volgden was die geur er soms weer… een enkel keertje… heel subtiel en maar heel, héél even… maar onmiskenbaar… een vleugje rozengeur…!
Ik had het me dus niet verbeeld… en was diep geraakt door het feit dat ze zo haar geurende best voor me deed. Een niet-geurende roos die zich inspande om af en toe een vleugje geur te produceren. Dat is toch wonderbaarlijk?!

Op een dag, eind juni, toen ik weer zo bij haar stond hoorde ik ineens de woorden: “Ik moet nu afscheid van je nemen.” Ik was te verbouwereerd om er op dat moment op te reageren.
Natuurlijk had ik gezien dat ze over haar hoogtepunt heen begon te raken maar ik vond haar nog steeds prachtig. Wat zou ze bedoelen?
Het werd gauw duidelijk: de energie van de bloem begon zich terug te trekken en drie dagen later begon het rood te vervagen. In de dagen die volgden merkte ik dat de bloem-energie steeds wat vager werd, meer afstand nam tot de bloem, oploste in de ruimte, totdat die half juli voor mij nauwelijks meer waarneembaar was.

Hoe bijzonder!
Tijdens het sterfbed van mijn moeder (hersenbloedingen met coma als gevolg) en de plotselinge dood van mijn vader (hartstilstand) had ik dit proces ook zien gebeuren. De Levensenergie die zich langzaam terug trok uit het lichaam en uiteindelijk zich helemaal los koppelde van dat lichaam.
Bij mam duurde het daarna nog een paar dagen voor de dood fysiek intrad en ze stopte met ademen. In die tussentijd gebeurde er energetisch van alles met haar lichaam: het werd door energetische wezens onder andere zorgvuldig in een soort van energetische witte doeken gewikkeld en met ontroerend veel eerbied omringd.
Ik vond het heel bijzonder om dat zo te mogen meemaken en waarnemen. Voordien dacht ik altijd dat je meteen ook fysiek dood zou zijn als de Levensenergie je had verlaten.
Bij pap was het andersom: hij viel dood neer (reanimatie mocht niet baten) en pas in de dagen daarna verliet de Levensenergie zijn inmiddels dode lichaam. Zo kan het dus ook!   

Ik had er nooit bij stil gestaan dat dat bij planten ook zo zou gaan. Achteraf natuurlijk vreemd want waarom zou het alleen bij mensen zo werken? We zijn allemaal levende organismen; Levensenergie is Levensenergie in welke vorm die zich ook manifesteert!

Roos’ bloemblaadjes verkleurden naar bruin en er was nog slechts een randje rood zichtbaar. Toch stond ze nog fier op haar steel en was haar vorm nog intact. Ik kon het niet helpen maar vond haar nog steeds mooi en kon het niet over mijn hart verkrijgen om haar af te knippen.
Mijn hart maakte een sprongetje toen ik onlangs twee nieuwe knoppen aan het rozenstruikje ontwaarde. Nóóit verwacht: de bloeitijd van rozen is al lang voorbij. En nog iets later weer eens twee nieuwe knoppen!

Er is nòg iets bijzonders. Iets wat eigenlijk pas veel later tot me doordrong.
Roos wist dat ze ging sterven: ze nam afscheid van me. Roos heeft dus een eigen bewustzijn. Los van, maar waarschijnlijk naast, het bewustzijn van de rozenstruik. Waar ik overigens tot nu toe nog geen acht op sloeg; de bloemen trekken alle aandacht.
In de nieuwe rozen zie ik dat eigen bewustzijn terug: de energie van de eerste van de vier nieuwe rozen is anders dan die van Roos. En de energie van de tweede roos is weer anders dan die van de eerste van de vier nieuwe rozen.
Deze tweede roos lijkt bovendien een subtiel beginnetje van zoiets als rozengeur bij zich te dragen; ze geurt in ieder geval anders dan haar voorgangsters. Die geuren niet, behalve dus Roos… héél soms… héél subtiel… héél even…
Het is een boeiende ontdekkingsreis waar deze rozenstruik me in mee voert. Er gaat een wereld voor me open.
Wie had dat kunnen bedenken toen ik twee jaar geleden twee Moederdag-rozen kreeg…

“Ga nog maar eens naar de rozen” zei de vos. “Dan zul je begrijpen dat jouw roos uniek is op de wereld. Kom me dan goedendag zeggen, dan zal ik je een geheim meegeven.”

De kleine prins ging weer naar de rozen kijken (in de tuin met vijfduizend rozen). “Jullie lijken helemaal niet op mijn roos, jullie zijn nog niets” zei hij. “Niemand heeft jullie nog tam gemaakt en jullie hebben ook niemand tam gemaakt. (…)”.
“Jullie zijn wel mooi maar jullie zijn leeg” zei hij nog. “Niemand kan voor jullie sterven. Natuurlijk zou een willekeurige voorbijganger geen verschil zien tussen mijn roos en jullie. Maar toch is zij, zij alleen, veel belangrijker dan jullie allemaal, omdat ik haar water heb gegeven en haar onder een stolp heb gezet; omdat ik haar heb beschut met een kamerscherm en de rupsen voor haar heb gedood (behalve een enkele hier en daar, voor de vlinders); omdat ik haar klachten en haar gesnoef en zelfs haar zwijgen heb aangehoord; omdat zij mijn roos is.” En hij ging terug naar de vos.

“Vaarwel” zei hij…

“Vaarwel” zei de vos. “Dit is mijn geheim, het is heel eenvoudig: alleen met het hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar.”

“Voor de ogen is het wezenlijke onzichtbaar” herhaalde de kleine prins om het goed te onthouden.

“Alle tijd die je aan je roos besteed hebt, maakt je roos juist zo belangrijk”.

“De tijd die ik aan mijn roos besteed heb…” zei de kleine prins om het goed te onthouden.

“Dat is een waarheid die de mensen vergeten zijn” zei de vos. “Maar die moet jij niet vergeten. Jij blijft altijd verantwoordelijk voor wat je tam hebt gemaakt. Je bent verantwoordelijk voor je roos…”.

“Ik ben verantwoordelijk voor mijn roos” zei de kleine prins om het goed te onthouden.

(Citaat en afbeelding uit “De Kleine Prins” van Antoine de Saint-Exupéry met toestemming van Uitgeverij Donker, Rotterdam)